Melk

Melk is een ondoorzichtige, witte, (licht) zoete vloeistof die zoogdieren maken om hun jongen mee groot te brengen.

Melk bevat water, vet, eiwit, suiker, vitaminen en mineralen. In (Noord) Europa wordt in de handel met melk (zonder verdere aanduiding) altijd koeienmelk bedoeld, bij alle andere melksoorten wordt de diersoort vermeld (waar de melk van afkomstig is – zoals bijvoorbeeld geitenmelk).

Zoogdieren waarvan de melk voor menselijke consumptie gebruikt wordt zijn niet alleen – de meestal wel bekende – koeien, geiten en schapen, maar (onder meer) ook buffels, ezelinnen, merries, kamelen en zeboes. De samenstelling van de melk kan per diersoort sterk verschillen. Zo zit er bij koeien en geiten zo’n 3 – 4 % vet in de melk, bij schapen is dat vaak meer dan het dubbele, namelijk zo’n 9 %.  Mensen zijn ook zoogdieren en moedermelk is dus ook ‘gewoon’ melk.

Koemelk en geitenmelk

Koemelk is er in diverse vetgehaltes:
– Volle melk (gewone) (verse en houdbare) bevat 3,6 procent vet.
– Boerenland-melk is alleen vers verkrijgbaar. Het is volle melk met 4 procent vet.  Deze melk komt niet rechtstreeks van de boer maar is – net als gewone verse melk – (door de overheid verplicht) gepasteuriseerd in de melkfabriek. De melk heet boerenland-melk omdat er 4 procent vet in zit en dat is het gemiddelde vetgehalte van rauwe boerderijmelk. Boerenlandmelk is niet biologisch.
– Halfvolle melk  (verse en houdbare) bevat 1,5 procent vet.
– Calcium+ melk is halfvolle melk met extra calcium.
– Magere melk (verse en houdbare) bevat 0,1  procent vet.
– 0 % vet melk is magere melk waaraan – om de smaak en samenstelling te verbeteren – melkaroma en tapiocazetmeel zijn toegevoegd. Het is daarom eigenlijk geen melk meer maar een melkdrank.
Geitenmelk is er (doorgaans) alleen vol en bevat 4 – 4,5 procent vet  (vers en houdbaar).

Gecondenseerde melk / koffiemelk
Gecondenseerde melk is ingedikte melk en wordt ook wel geconcentreerde melk of geëvaporeerde melk genoemd.
Gecondenseerde melk is er met en zonder toegevoegde suiker.
Ongezoete (volle) gecondenseerde melk (heet in vaktaal ‘ongesuikerde condens’) dient volgens de Warenwet ten minste 7, 5 procent vet en minimaal 25 procent droge melkbestanddelen te bevatten.  Dit product is beter bekend als koffiemelk.
Gezoete (volle) gecondenseerde melk  – heet in vaktaal ‘gesuikerde condens’ – bevat  9 %  vet,  40 -45 procent suiker en circa 30 procent droge melkbestanddelen. Dit product wordt hoofdzakelijk als grondstof voor de levensmiddelenindustrie en voor de export gemaakt, maar is er ook in blik voor de gewone consument.
Koffiemelk / gecondenseerde melk (niet gezoet) wordt ingedeeld naar vetgehalte:
– Volle koffiemelk / gecondenseerde melk bevat tenminste 7,5 procent vet.
– Halfvolle koffiemelk (Halvamel) / halfvolle gecondenseerde melk bevat 4 procent vet.
– Magere koffiemelk / magere gecondenseerde melk bevat maximaal 1 procent vet.
Gezoete gecondenseerde melk bevat bevat  9 %  vet en  40 – 45 procent suiker
In recepten wordt met ‘gecondenseerde melk’ (zonder verdere vermelding) doorgaans gecondenseerde melk zonder suiker bedoeld.
Tip: Zoek niet naar blikken: Ongezoete gecondenseerde melk wordt ‘vermomd’ als (volle) koffiemelk in pakken en flessen in elke supermarkt verkocht.  Tip: In een recept een blik gecondenseerde melk nodig? De inhoud van de meest gangbare (grote) blikken is circa 4 deciliter (397 – 420 gram).
In (wat grotere) supermarkten staat de gezoete gecondenseerde melk (verpakt in blik) meestal in de buurt van de koffiemelk.
Weetje: Omdat gewone melk in de tropen zeer snel bederft wordt daar veel gebruik gemaakt van gezoete gecondenseerde melk. In vrijwel elke Toko is die dan ook te vinden. De Engelse naam is sweetened condensed milk.

Melkpoeder
Melkpoeder is gedroogde melk. (De benodigde hoeveelheid melk voor een kilogram melkpoeder is circa 8 – 10 liter).
Melkpoeder is compact en – mits droog bewaard – zeer lang houdbaar. Er is vol, halfvol en mager melkpoeder (waar door toevoegen van water weer volle, halfvolle en magere melk van gemaakt worden). Ook karnemelk en room zijn er in poedervorm.  Al deze producten worden voornamelijk voor de export en levensmiddelen-industrie vervaardigd en sommige ervan zijn er alleen in grootverpakking.
Voor de consument is er mager en vol melkpoeder (verkrijgbaar in de supermarkt).  Ook zit er melkpoeder in sommige instant poeders (bijvoorbeeld in instant poeder voor chocolademelk en in koffiecreamer).
De Warenwet maakt geen onderscheid tussen melkpoeder en melk die verwerkt wordt in een eindproduct. Als dus ergens als ingrediënt ‘melk’ op een etiket vermeld staat dan kan het product gewone ‘verse’ melk bevatten maar er kan net zo goed melkpoeder voor gebruikt zijn.
Let op: Poedermelk voor zuigelingen (bestemd voor flesvoeding en om opvolgmelk te maken) is anders van samenstelling dan melkpoeder.

De bestanddelen van (koe) melk

Melkvet

Zolang de melk in de uier van het dier zit, is de melk warm en blijft het melkvet  – dat bestaat uit piepkleine bolletjes – netjes verdeeld in de melk.

Dat verandert na het melken. Als de melk afkoelt en stilstaat – bijvoorbeeld in de melktank van de boer – komen de vetbolletjes langzaam boven drijven (omdat ze lichter zijn dan water) en vormen een dikke laag vet op de melk:  De melk roomt op.

Volgens de boer is alleen die vette bovenlaag room, maar daar wordt ook anders over gedacht. Volgens de warenwet is room: Een melkproduct dat bestaat uit melk met daarin tenminste 10 % melkvet.

Homogeniseren van melk houdt in dat de vette bestanddelen van melk (melkvet) en de waterige bestanddelen tot een emulsie worden gemengd. Dit wordt bereikt door de melk onder hoge temperatuur en druk door een zeef met zeer kleine gaatjes te persen zodat kleinere vetbolletjes ontstaan. Hoe kleiner de vetbolletjes, hoe langer het duurt voordat de room uiteindelijk toch weer boven komt drijven. Het homogeniseren wordt gecombineerd met de temperatuurbehandeling die de melk ondergaat.

Melkeiwit

Melkeiwit bestaat grotendeels uit caseïne – de stof die de witte kleur aan de melk geeft – en voor een klein deel uit andere eiwitten (een vijftal – waaronder albumine en globuline ) die met het immuunsysteem te maken hebben en daarom serumeiwitten genoemd worden).

Caseïne wordt ook wel kaaseiwit genoemd omdat het verantwoordelijk is voor het stremmen van melk tijdens de kaasbereiding. De serumeiwitten spelen bij de kaasbereiding geen rol en blijven in de wei – een bijproduct van de kaasbereiding – achter. Ze worden daarom ook wel wei-eiwitten genoemd.

Eiwitten bevatten aminozuren. Sommige aminozuren – die nodig zijn voor de groei en het onderhoud van het menselijk lichaam – kunnen niet door het lichaam worden gemaakt en moeten daarom in de voeding zitten. Ze worden essentiële aminozuren genoemd.

In melkeiwitten zitten alle voor de mens benodigde essentiële aminozuren. Daarom kan melk een belangrijk onderdeel zijn van een gezonde voeding.

Melksuiker

Melksuiker geeft een lichtzoete smaak aan melk. De meeste mensen proeven dat niet eens omdat ze het gewend zijn. Melksuiker kan door bacteriën omgezet worden in melkzuur en daarvan wordt gebruik gemaakt als melk tot kaas, kwark, karnemelk en yoghurt verwerkt wordt.  De wetenschappelijke naam voor melksuiker is lactose.

Als zuigelingen melk verteren wordt de lactose omgezet in twee eenvoudige suikers: Glucose en galactose (die als voedingstof dienen). Er zijn actieve enzymen nodig om de lactose af te breken.  Deze enzymen (lactase) worden door de darm aangemaakt. Naarmate mensen ouder worden, verliezen ze veel van deze capaciteit. Sommige volwassen mensen – vooral van Aziatische en Afrikaanse afkomst – zijn helemaal niet in staat om melksuikers te verteren, zij hebben een lactose-intolerantie (een vorm van allergie).

Melkzouten

Melkzouten bevatten mineralen en die zijn van belang voor de voeding van mensen en dieren. Melk bevat natrium, kalium en magnesium en sporenelementen (zoals onder andere zink, ijzer, koper en mangaan), maar de belangrijkste mineralen die in melk voorkomen zijn calcium (kalk) en fosfor. Samen vormen ze het kalkzout calciumfosfaat en dat is een belangrijke bouwsteen van het menselijke skelet. Een te kort aan calcium en fosfor in voeding speelt een voorname rol bij botontkalking bij ouderen.

Vitamines

Vitamines zijn onmisbaar voor een goede gezondheid. Vitamines worden opgedeeld in twee groepen: In water oplosbare vitamines en in vet oplosbare.

De in water oplosbare vitamines in melk zijn: Vitamine C (in een kleine, weinig belangrijke hoeveelheid) en vitamines van het B-complex (vooral B-12 en B-2 (riboflavin).

De in vet oplosbare vitamines in melk zijn: A, D en E.

De in vet opgeloste vitamines gaan verloren als er vet uit de melk verwijderd wordt. Aan halfvolle en magere melkproducten worden daarom vitamine A en D toegevoegd zodat ook die producten voldoende vitamines bevatten.

Bij koeien zit er gele pro-vitamine A (caroteen) in het melkvet. Daarom is de room van koeien crèmekleurig en de boter zachtgeel. Bij andere diersoorten – zoals de geit en het schaap – is het melkvet – en dus ook de room en de boter – spierwit omdat er kleurloze vitamine A in zit. De veelgebruikte aanduiding ‘roomkleurig’ – voor onder meer textiel en verf – is dus strikt genomen maar een betrekkelijk begrip…..

Biest

De eerste melk, die kort na de geboorte van de jongen gemaakt wordt, is anders van samenstelling dan gewone melk en heet biest. Biest bevat antistoffen tegen ziektes – van de desbetreffende diersoort – is stroperig, smaakt zout en bevat bevat extra veel mineralen en eiwitten (vooral het serum-eiwit albumine, soms wel 20 %).

Biest kan niet goed verhit worden, door het hoge gehalte aan albumine schift biest snel (albumine stolt bij 70 graden Celsius). Biest wordt in sommige culturen geconsumeerd (vaak in de vorm van kaas).

Conserveren

Rauwe melk

Onbewerkte melk wordt (in vakjargon en volgens de Warenwet) niet vers maar rauw genoemd. Rauwe melk  kan ziektekiemen (schadelijke bacteriën en virussen*) bevatten en mag volgens de Nederlandse Warenwet niet in winkels aan de consument verkocht worden.

Producenten van rauwe melk (boeren) mogen dat onder bepaalde voorwaarden wel. Ze moeten onder andere voldoen aan strenge eisen wat hygiëne betreft en een bordje ophangen waarop staat: ‘Rauwe melk voor gebruik eerst koken’.

* Bacteriën zijn microscopisch kleine organismes (beestjes of plantjes). Er zijn onschadelijke (zelfs nuttige) en schadelijke (ziekmakende) bacteriën. Ze kunnen bij een geschikte temperatuur snel groeien als er water en voedsel aanwezig is. Voor een sommige bacteriën, zoals bijvoorbeeld de melkzuurbacteriën, is melk een ideale omgeving.

Virussen zijn nog veel kleiner dan bacteriën en kunnen ziekten bij dieren, planten en mensen veroorzaken.

Ontromen en standaardiseren

De rauwe koemelk die bij de melkfabriek binnenkomt bevat gemiddeld ruim 4 procent vet. (De hoeveelheid is afhankelijk van – onder meer – het seizoen, in de zomer is het vetgehalte hoger, in de winter lager).

In de winkel heeft melk een standaard vetgehalte. Zo moet volle melk volgens de Warenwet minimaal 3,5 procent vet bevatten, halfvolle melk minimaal 1,5 procent en magere melk ten hoogste 0,5 procent vet.

Om deze minder vette melksoorten te kunnen leveren wordt het melkvet (= room) in de fabriek  met behulp van een separator (scheider) uit de melk verwijderd (dit heet ontromen). Later wordt het vet weer in de juiste hoeveelheden aan de melk toegevoegd (dit heet standaardiseren).

Een separator werkt net zo als een centrifuge: In de separator worden door de middelpuntvliedende kracht de zwaarste deeltjes uit de melk naar buiten geslingerd, terwijl het lichtste deel van de melk – de room – zich in het midden verzamelt (en vervolgens afgetapt kan worden).

Homogeniseren

Het melkvet in melk bestaat uit hele kleine bolletjes. Op onbewerkte, stil staande, koude melk komen die vetbolletjes langzaam boven drijven (omdat ze groot genoeg zijn en minder gewicht hebben dan de rest van de melk). Ze vormen een laag room (= melkvet) op de melk. Dit (natuurlijk verlopende) proces heet opromen.

Omdat de consument het niet prettig vindt om in verpakte melk een laag room aan te treffen wordt alle melk in de fabriek gehomogeniseerd: De melk wordt verwarmd en onder hoge druk door kleine gaatjes geperst. Daardoor worden de vetbolletjes kleiner en kunnen niet meer gaan drijven. Ze blijven gelijkmatig (= homogeen) door de melk verdeeld.

Afromen, ondermelk en taptemelk

Voor de tijd van de coöperatieve melkverwerking in de fabriek lieten de boeren de rauwe melk opromen om het vet er af te kunnen scheppen. De melk werd toen niet ontroomd maar afgeroomd. Uit die tijd dateert ook de term ondermelk: Dat was de magere melk die onder de room zat (en overbleef nadat de room verwijderd was).

Later werd de ondermelk afgetapt met behulp van een kraan en taptemelk genoemd.

De – ouderwetse – namen ondermelk en taptemelk worden af en toe nog wel gebruikt voor magere melk. Hoewel er na de opkomst van de zuivelindustrie niet veel melk meer afgeroomd wordt is de uitdrukking ‘afromen’ blijven bestaan (en die betekent nog steeds ‘dat het beste ergens wel van af is’).

Pasteuriseren

Pasteuriseren is een hittebehandeling waarmee veel schadelijke bacteriën en virussen gedood worden. Daardoor wordt melk veilig voor consumptie en verandert de smaak niet.

Er zijn twee vormen van pasteuriseren: Laagpasteurisatie en hoogpasteurisatie.

Bij laagpasteurisatie wordt melk verwarmd en ten minste 30 minuten op  67 graden Celsius gehouden. Daarna kan de temperatuur terug worden gebracht. Deze methode wordt vooral kleinschalig toegepast. Er wordt vaak een grote tank met een dubbele wand voor gebruikt. In de dubbele wand wordt heet water gepompt om de melk in de tank te verwarmen.

Bij hoogpasteurisatie stroomt melk door dubbelwandige buizen of tussen stalen platen door die van buiten af sterk verhit worden. De melk wordt daardoor slechts kort (20 seconden) verhit tot een temperatuur van 72 graden Celsius (soms 15 seconden tot 76 graden). Deze methode wordt toegepast in (de meeste) zuivelfabrieken.

Het apparaat waarmee de melk wordt verhit heet een pasteur en is – net als de gebruikte methode – vernoemd naar Louis Pasteur (1822 – 1895), een Franse scheikundige en bacterioloog die al in de 19e eeuw ontdekte dat schadelijke bacteriën niet bestand zijn tegen hoge temperaturen.

‘Verse’ melk en andere ‘verse’ zuivelproducten:
De ‘verse’ consumptiemelk uit de koeling (ook de ‘boerenmelk’ uit de supermarkt en andere ‘verse’ zuivelproducten) zijn niet zo vers (onbewerkt) als wel gedacht wordt. Al deze producten zijn in de fabriek gemaakt van rauwe melk die eerst gepasteuriseerd is om ziektekiemen te doden.

Gepasteuriseerde melk en andere zuivel worden ‘vers’ genoemd om een onderscheid te maken met (buiten de koeling) ‘lang houdbare’ gesteriliseerde melk en zuivel (die tot een hogere temperatuur is verhit).

Steriliseren

Bij steriliseren wordt melk zodanig verhit dat alle ziektekiemen maar ook alle onschadelijke bacteriën worden gedood.

Vroeger werd een sterilisatiemethode gebruikt waarbij de melk langere tijd boven de 100 graden Celsius werd verhit. De melk kreeg een lichte kooksmaak en de melksuiker karamelliseerde. Gesteriliseerde melk was door de gekaramelliseerde suiker licht crèmekleurig en daardoor meteen te herkennen. De kooksmaak werd door de meeste mensen niet lekker gevonden. Daarom wordt deze techniek niet meer toegepast.

Melk wordt tegenwoordig U.H.T. gesteriliseerd. UHT staat voor: Ultra High Temperature (Uiterst Hoge Temperatuur). Bij deze nieuwe methode wordt de melk – vaak met met behulp van oververhitte stoom (maar ook met behulp van dubbele platen of buizen net zoals als bij het pasteuriseren) zeer kort verhit op een temperatuur van 135 graden Celsius. De op deze wijze gesteriliseerde melk heeft geen kooksmaak.

Houdbare melk en andere houdbare zuivelproducten

Gesteriliseerde melk wordt verkocht als houdbare of lang houdbare melk en kan buiten de koeling bewaard worden.  Na opening van de verpakking moet overgebleven melk wel gekoeld worden en die melk is dan niet langer houdbaar dan gewone ‘verse’ melk. Dit geldt ook voor alle andere houdbare zuivelproducten zoals houdbare room, vla, chocolademelk enzovoorts.

Condenseren

Gecondenseerde melk is ingedikte melk. Hiervoor wordt een techniek gebruikt die evaporeren (= verdampen) heet: De melk wordt tot circa 60 graden Celsius verwarmd en onder vacuüm gebracht. Een deel van het water uit de melk gaat dan over in dampvorm en kan door middel van condensatie (= neerslaan op een koude plek en weer overgaan naar vloeibare vorm) uit de melk verwijderd worden.

Afhankelijk van of er uitgegaan wordt van volle, halfvolle of magere gestandaardiseerde melk ontstaat er ook volle, halfvolle of magere gecondenseerde melk.

Gecondenseerde melk wordt ook wel geëvaporeerde melk genoemd (in België is dat voor bepaalde soorten zelfs wettelijk verplicht). In vaktaal wordt gecondenseerde melk kortweg condens genoemd.

Weetje: Gecondenseerde melk is er gezoet en ongezoet en wordt vaak in blikken  afgeleverd.  Ook koffiemelk is gecondenseerde melk!

Drogen

Voor melkpoeder wordt melk gedroogd: Daarvoor wordt gecondenseerde melk in minuscule druppels verneveld die vervolgens door een droogtoren worden geleid. Het in de druppels aanwezige vocht verdampt en de druppels veranderen in poeder.

Weetje: Melkbestanddelen zoals het vet, de eiwitten, melksuiker, mineralen, enzovoorts zijn behouden gebleven in gecondenseerde melk en melkpoeder. Door toevoegen van de juiste hoeveelheid water ontstaat er – afhankelijk van het beginproduct – weer magere, halvolle of volle melk.

Ultrafiltratie of U.F.

Met de ultra filtratie techniek wordt een waterige, op wei lijkende vloeistof  met behulp van een (zeer fijn) membraan-filter uit melk gehaald. De melk dikt daardoor in.  Met U.F. ingedikte melk wordt onder meer als grondstof voor verse kaas gebruikt.

Voordeel: Met U.F. melk bereide verse kaas heeft meteen het goede vochtgehalte en dat vereenvoudigt het productieproces (omdat er tijdens de bereiding van de kaas geen wei afgevoerd hoeft te worden).

Alternatieven

Melk van andere diersoorten
Naast koemelk zijn er ook melk en melkproducten van andere zoogdieren op de
markt, bijvoorbeeld geitenmelk, paardenmelk, schapenmelk en buffelmelk.
Voor meer informatie over de gezondheidsaspecten hiervan, verwijzen we naar de website nice-info.be (pdf).

Plantaardige melk / Melkvervangers
Het enige plantaardige alternatief dat melk kan vervangen is volgens de richtlijnen van de actieve voedingsdriehoek
een calciumverrijkte sojadrank.
Verrijking met de vitaminen B2 en B12 is eveneens wenselijk. Soja bevat zoals melk hoogwaardige eiwitten maar is van
nature arm aan calcium (11 mg per 100 ml) en vitamine B2 (0,01 mg per 100 ml).
Vitamine B12 komt alleen maar voor in dierlijke producten en ontbreekt dus volledig in niet-verrijkte sojadrinks.
Voor meer informatie over de melkvervangers, verwijzen we naar de website nice-info.be (pdf).

Gezondheid

Op de website www.voedingscentrum.nl vind je uitgebreide informatie over melk. Ook ecologische informatie.
Over de gezondheidsaspecten van melk lezen we daar alsvolgt:

Melk en melkproducten bevatten zowel eiwit, vet als koolhydraten. Ze zijn een bron van de vitamines B2, B12 en calcium. Het levert bovendien mineralen als fosfor, kalium, magnesium en zink. Afhankelijk van de hoeveelheid vet levert het ook vitamine A. De gehalten variëren afhankelijk van de hoeveelheid en soort melk en de eventuele andere ingrediënten in het product.

Melk en melkproducten, waaronder kaas, leveren gemiddeld ongeveer 60% van de dagelijkse inname van calcium en 40% van die van vitamine B12. Zuivel is daardoor belangrijk voor een gezonde voeding in Nederland.

In sommige zuivelproducten zoals vla, pudding en vruchtenyoghurt zit toegevoegd suiker. In deze producten zitten daarom vaak ook meer calorieën.

Volle melk en melkproducten bevatten meer verzadigd vet dan magere of halfvolle zuivel. Het vet in melk bestaat uit meer dan 60% verzadigd vet. Als koeien gras krijgen of olie in het voer stijgt het gehalte meervoudig onverzadigd vet.

Darmkanker
Zuivel verkleint het risico op darmkanker. Het gebruik van 400 gram zuivel per dag hangt samen met een ongeveer 15% lager risico op darmkanker. Het gebruik van melk hangt per 200 gram per dag samen met een 10% lager risico op darmkanker. De bevinding dat inname van calcium uit supplementen ook samenhangt met een lager risico op deze ziekte ondersteunt dit verband. De gevonden verbanden staan beschreven met de term risico. Lees meer over het beoordelen van risico’s.

Diabetes type 2
Eet je yoghurt, dan verklein je de kans op diabetes type 2. Onderzoek toont aan dat het gebruik van 60 of meer gram yoghurt per dag hangt samen met een ongeveer 15% lager risico op diabetes type 2 ten opzichte van minder dan 10 gram per dag.

Hart-  en vaatziekten
Veel verzadigd vet in de voeding verhoogt het risico op hart- en vaatziekten. Een deel van het vet in zuivel is transvet. Dit vet geeft nog meer risico op hart- en vaatziekten. Bij het eten van magere zuivelproducten krijg je niet te veel verzadigd vet of transvet binnen.

Botontkalking
Calcium is van belang voor de botontwikkeling en daarmee voor het voorkomen van botontkalking (osteoporose).

Lactose-intolerantie
In melk zitten melksuikers, ook wel lactose genoemd. Wanneer lactose niet of niet volledig wordt verteerd is er sprake van lactose-intolerantie. In harde kazen zit geen lactose meer. Dit komt doordat het gefermenteerd is. Hierbij zetten melkzuurbacteriën lactose om in melkzuren. Een deel van de lactose blijft in de wei achter.

Koemelkallergie
Koemelkallergie is de meest voorkomende voedselallergie bij baby’s. Bij een koemelkallergie moeten koemelk en kunstvoeding op basis van koemelk vermeden worden. Bij het vermoeden van een allergie voor koemelk is het belangrijk het consultatiebureau of huisarts te raadplegen.

Ziekteverwekkers
In rauwe melk kunnen onder andere de bacteriën campylobacter, listeria, salmonella, E. coli, Bacillus cereus, L monocytogenes en Staphylococcus aureus voorkomen. Verhitting doodt deze bacteriën. Melk uit de winkel is gepasteuriseerd of gesteriliseerd en dus veilig.

Diergeneesmiddelen
Diergeneesmiddelen kunnen in de melk terecht komen, maar hier wordt streng op gecontroleerd. Koeien die antibiotica hebben gekregen, worden een bepaalde tijd apart gemolken. De melk gaat niet mee naar de fabriek. Melk mag alleen verkocht worden als er geen resten van medicijnen zijn aangetroffen.

Schadelijke stoffen
Wat de koe binnenkrijgt, kan ook in koemelk terecht komen. Zuivel kan daarom kleine hoeveelheden dioxines, PCB’s, aflatoxine, zware metalen en bestrijdingsmiddelen bevatten door milieuverontreiniging.
Melkproducten zijn een bron van dioxineachtige stoffen. Deze schadelijke stoffen zitten in het melkvet. Halfvolle en magere zuivel bevat daarom minder dioxines en PCB’s. Er zijn veiligheidsnormen vastgesteld. Ernstig vervuilde melkproducten boven de norm worden zelden aangetroffen.

Hormonen
In Europa is het niet toegestaan om melkkoeien hormonen toe te dienen. In andere landen zoals de Verenigde Staten wel. Melk van koeien die zijn behandeld met hormonen komt Nederland niet binnen.

Voedingsadvies
Halfvolle en magere melk en melkproducten staan in de Schijf van Vijf vanwege de positieve effecten op de gezondheid. Lees meer over zuivel en vul de Schijf van Vijf voor jou in voor een voedingsadvies op maat.

Zuivelvrij eten
Puur de voedingsstoffen uit zuivel kun je vervangen door te kiezen voor sojadranken met toegevoegd calcium en vitamine B12. Sojadranken leveren niet de gezondheidswinst van zuivelproducten. Maar door de calcium en vitamine B12 die er aan is toegevoegd, leveren ze wel voedingstoffen die je mist als je geen zuivel gebruikt.
Wie helemaal geen zuivel eet of drinkt doet er goed aan naar de diëtist of arts te gaan voor een persoonlijk voedingsadvies.
Rauwe melk en rauwmelkse kaas
In rauwe melk of zachte kaas gemaakt van rauwe melk kunnen bacteriën zitten. Mensen met een lage weerstand, zieken, zwangere vrouwen, ouderen en jonge kinderen kunnen producten van rauwe melk beter vermijden.

Leave a Reply

You can use these HTML tags

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>