Broeder is een Nederlands gerecht en wordt vooral in West-Friesland en in de Zaanstreek gegeten. Hier vindt het ook zijn oorsprong. Broeder wordt hier ook wel Jan in de zak genoemd. In andere delen van Nederland komt nagenoeg hetzelfde recept voor onder de naam Ketelkoek of Poffert.
Over het algemeen zijn de ingrediënten:
250 gram bloem 15 gram gist 200 ml. . . . →Lees alles

Een Bossche bol of sjekladebol (chocoladebol) is een gebakspecialiteit uit ‘s-Hertogenbosch die wordt gebakken van soezenbeslag, daarna gevuld met slagroom en geglazuurd met gesmolten chocolade. Bossche bollen hebben een diameter van ongeveer 12 cm en zijn daarmee grote gebakjes. Desondanks is er ook een versie met dubbele doorsnede; de zogenaamde “reuzenbol”. De lekkernij wordt voornamelijk buiten ‘s-Hertogenbosch als “Bossche bol” aangeduid, in de stad zelf als “sjekladebol”.
Een appelbol is een gebak dat veel in België wordt gegeten.
Een spekkedik, ook wel spekdik of spekdikken genoemd, is een gerecht voor Oud en Nieuw, net als oliebollen. Vroeger rook elke boerenkeuken op oudejaarsdag naar spekkedikk’n. Het waren voornamelijk de mannen die de pannenkoekjes bakten. De traditionele gietijzeren wafelijzers waren flink zwaar en er was best wat spierkracht voor nodig om ze in het vuur te houden.
Nonnevot (soms: nonnenvot) of strik is een typisch Limburgs gebak in de vorm van een lus met een losse knoop. Het gebakje komt oorspronkelijk uit Sittard, en wordt traditioneel met carnaval (Vastelaovend) of Nieuwjaar gegeten. Tegenwoordig vinden nonnevotten het hele jaar aftrek bij de Limburgse bakker. Nonnevotten bestaan uit meel, gist, melk, zout, boter, basterdsuiker en (zonnebloem)olie of reuzel, en worden gefrituurd.